Beschrijving
Middelste veiligheidsgordel achter voor Citroen C4 II en DS4
Beugel van de oproller van de veiligheidsgordel achter
Uitvoering FXX – ZWART
Beschrijving van het onderdeel
Gebruikte middelste veiligheidsgordel achter voor Citroen C4 II en DS4 in zwarte uitvoering FXX, bestemd voor het veiligheidssysteem van de middelste zitplaats achterin. In de productgegevens wordt ook de beugel van de oproller van de veiligheidsgordel vermeld. Bij het zoeken naar een vervangend onderdeel zijn vooral de aanduidingen 96871540XX, 8975ZS en 8976C3 van belang; hiermee kunt u het onderdeel vergelijken met het oorspronkelijke exemplaar.
Een goed werkende gordel maakt het mogelijk de passagier vast te zetten, de gordelband soepel af- en op te rollen en deze bij een abrupte beweging te blokkeren. Omdat dit een veiligheidscomponent van de auto is, moeten de staat en de overeenstemming van de uitvoering zorgvuldig worden beoordeeld voordat u een keuze maakt of het onderdeel monteert. Alleen overeenstemming van de kleur of modelaanduiding volstaat niet.
Technische informatie
- Fabrikant: niet vermeld
- Model: Citroen C4 II, DS4
- Type onderdeel: middelste veiligheidsgordel achter
- Locatie: middelste zitplaats achterin
- Uitvoering: FXX – ZWART
- Staat: gebruikt onderdeel
- Overige nummers: 8976C3
Productcodes
- Productcodes: 96871540XX, 8975ZS, 8976C3
Vergelijk vóór uw keuze de aanduiding op de oorspronkelijke gordel, de vorm van de beugel, de bevestigingspunten en de uitvoering van de gespplaat. De vermelde nummers zijn gebaseerd op de productgegevens; hieruit kan niet zonder meer worden afgeleid dat het onderdeel geschikt is voor alle varianten van de genoemde modellen.
Montageadvies
Algemeen geldt voor dit type onderdeel: de exacte toegang tot de gordel, de demontage van omliggende delen en de manier van bevestigen zijn afhankelijk van het specifieke model en de uitvoering van de auto. De volgende procedure is algemeen en geen modelspecifieke onderhoudsinstructie. We raden aan de veiligheidsgordel door een gespecialiseerde garage te laten vervangen en altijd de documentatie van de voertuigfabrikant te volgen.
1) Vóór de montage
- Vergelijk de onderdeelnummers, de constructie van de oproller, de beugel, de bevestigingspunten, de geleiding van de gordelband en de gespplaat met het oude onderdeel.
- Inspecteer de gordelband over de volledige bereikbare lengte. Deze mag niet ingesneden, gerafeld, verschroeid of verhard zijn en mag geen beschadigde naden hebben.
- Controleer de beugel, de behuizing van de oproller en de bevestiging op vervormingen, scheuren en corrosie.
- Gebruik geen gordel met tekenen van belasting tijdens een ongeval of waarvan de veiligheidsgeschiktheid onzeker is. Een visuele controle alleen garandeert niet dat een gebruikte gordel veilig werkt.
2) Benodigd gereedschap en materiaal
Zorg in het algemeen voor geschikt handgereedschap voor de gebruikte bevestigingsmiddelen, een momentsleutel, hulpmiddelen om de bekleding voorzichtig te demonteren, een lamp en de onderhoudsdocumentatie. Bepaal aan de hand van de instructies van de fabrikant of nieuwe bevestigingsmiddelen nodig zijn; gebruik onderdelen die bedoeld zijn voor eenmalig gebruik niet opnieuw.
3) Montage stap voor stap
- Beveilig de auto tegen wegrollen en zorg voor een schone werkplek zonder voorwerpen die de gordelband kunnen beschadigen.
- Controleer in de onderhoudsdocumentatie de vervangingsprocedure en de veiligheidsmaatregelen. Als deze uitvoering elektrische of pyrotechnische onderdelen bevat, volg dan de voorgeschreven procedure voor het loskoppelen van de voeding en houd rekening met de voorgeschreven wachttijd.
- Maak de bevestiging van de gordel toegankelijk door uitsluitend de noodzakelijke omliggende delen te demonteren volgens de instructies voor de betreffende auto.
- Leg vóór het losmaken van het oorspronkelijke onderdeel de loop van de gordelband, de stand van de oproller en de volgorde van de bevestigingsonderdelen vast.
- Maak de bevestigingspunten los en verwijder de oorspronkelijke gordel. Bescherm de omliggende bekleding en eventuele bedrading tegen beschadiging.
- Controleer de bevestigingspunten van de auto. Stop de montage bij vervormingen, beschadigde schroefdraad of ernstige corrosie en laat de situatie deskundig beoordelen.
- Plaats het vervangende onderdeel in de juiste richting en leid de gordelband langs de oorspronkelijke route, zonder deze te verdraaien of klem te zetten. Haal de oproller niet uit elkaar en trek de gordel niet met kracht uit.
- Monteer de bevestigingsmiddelen in de voorgeschreven volgorde en draai ze aan volgens de documentatie van de fabrikant. Schat de aanhaalmomenten niet zelf in.
- Controleer vóór het terugplaatsen van de bekleding of de gordel soepel beweegt en goed wordt geleid. Plaats daarna de gedemonteerde delen terug en controleer of de gordelband nergens schuurt.
4) Controles na montage en controle van de werking
Controleer bij stilstaande auto enkele keren of de gordel soepel kan worden uitgetrokken en terugloopt, of de gespplaat goed vastklikt en weer loskomt en of deze in de juiste gordelsluiting vergrendelt. Controleer de blokkeerfunctie op de door de fabrikant voorgeschreven manier; bij gewone oprollers is ook de montagepositie van belang. Controleer de werking van de veiligheidsgordel niet door met een passagier abrupt te remmen. Een proefrit vervangt geen controle van het veiligheidssysteem. Gebruik bij twijfel de middelste zitplaats achterin niet totdat het probleem deskundig is verholpen.
5) Veelvoorkomende montagefouten en hoe u deze voorkomt
- Verdraaide gordelband: controleer vóór het terugplaatsen van de bekleding de volledige loop van de band.
- Onjuiste stand van de oproller: houd de oorspronkelijke montagepositie en de onderhoudsprocedure aan; anders kan het mechanisme blokkeren.
- Verwisselde bevestigingsmiddelen of onjuist aanhalen: volg de documentatie en vertrouw niet op een schatting.
- De oproller smeren of de gordelband agressief reinigen: gebruik geen olie, oplosmiddelen of andere middelen die niet door de fabrikant zijn goedgekeurd.
- Schade na een ongeval over het hoofd zien: beoordeel de bruikbaarheid niet alleen op basis van het feit of de gordel oprolt.
Redenen waarom het onderdeel beschadigd raakt
Veiligheidsgordels raken doorgaans beschadigd door de volgende oorzaken; dit is geen beschrijving van gebreken aan dit specifieke exemplaar:
- Belasting tijdens een verkeersongeval, waardoor de gordelband, de bevestigingsdelen en het mechanisme beschadigd kunnen raken zonder duidelijke zichtbare sporen.
- Mechanische belasting van de gordelband door beknelling, schuren langs scherpe randen of langdurig gebruik in verdraaide toestand.
- Vuil en vocht, die de werking van de oproller kunnen verslechteren en corrosie van metalen onderdelen kunnen veroorzaken.
- Chemische en thermische beschadiging van de vezels van de gordelband door ongeschikte reinigingsmiddelen of blootstelling aan hoge temperaturen.
- Ondeskundige ingrepen en onjuiste montage, met name het demonteren van de oproller, het aanpassen van de beugel of het verkeerd geleiden van de gordel.






