AFIL sensor 2 Citroën Peugeot 9663116280 6590W1

 42,00

Stellantis CITROEN PEUGEOT
9663116280 603.012 6590W1

2 op voorraad

SKU: 6714-I10_K14 M2094 Tags: ,

Beschrijving

Rijstrooksensor AFIL nummer 4 voor CITROEN PEUGEOT
auto’s
Mogelijk is er een gebroken schroef waarmee de unit aan het onderstel is bevestigd. Deze moet worden losgeschroefd

Onderdeelbeschrijving

Deze AFIL-sensor (lane monitoring) is bedoeld voor rijassistentiesystemen in Citroën/Peugeot-auto’s. Het dient als onderdeel van de elektronica die de informatie voor de Lane Keeping-functie evalueert. Hierdoor is hij geschikt als vervanging wanneer de originele sensor defect raakt, na een ongeval of bij het oplossen van problemen met een niet functionerende AFIL.

Houd er tijdens de demontage/montage rekening mee dat er mogelijk een gesprongen schroef zit waarmee het apparaat vastzit – in dit geval is, volgens de opmerking, boren noodzakelijk.

Technische informatie

  • Fabrikant: Stellantis (Citroën / Peugeot)
  • Model: Citroën C4, Citroën C4 PICASSO, Citroën C5, Citroen C5 X7, Citroën C6, Peugeot 308, Peugeot 407
  • Andere nummers: 603.012

Productcodes

  • Productcodes: 9663116280, 6590W1

Installatieaanbevelingen

Over het algemeen/typisch voor dit type elektrische sensor is het belangrijk om de markeringen en connectoren op elkaar af te stemmen en te voorkomen dat de bedrading wordt beschadigd. De exacte procedure kan variëren afhankelijk van het specifieke model en ontwerp van de auto.

1) Vóór montage

  • Vergelijk met het oude onderdeel: nummers 9663116280 / 6590W1, mogelijk andere markeringen (bijvoorbeeld 603.012), vorm van het sensorlichaam en type connector/bevestiging.
  • Controleer de staat van de connector (gebogen pinnen, oxidatie), scheuren in het plastic, schade aan de bevestiging.
  • Houd rekening met de mogelijkheid dat de montageschroef is ingekerfd. Maak een boorplan.

2) Benodigde gereedschappen en materialen

  • Basisset ratels/bits en schroevendraaiers (afhankelijk van het montageontwerp)
  • Gereedschap voor het losmaken van connectoren (kleine platte schroevendraaier/plastic koevoet)
  • Reiniger voor elektrische contacten en eventueel een zachte borstel
  • In geval van een gebarsten schroef: boormachine, boor-/centreergereedschap of schroefverwijderaar
  • Beschermende handschoenen en veiligheidsbril (vooral tijdens het boren)

3) Stapsgewijze montageprocedure

  1. Zet het contact uit en koppel de accu los (aanbevolen veilige praktijk voor elektrische onderdelen).
  2. Geef toegang tot de sensor volgens het ontwerp van de auto (verwijder indien nodig de afdekkingen/bekleding).
  3. Documenteer de originele staat: fotolocatie, bedradingsroute en connectorbevestiging.
  4. Verwijder de elektrische connector voorzichtig (trek niet aan de kabels; maak de connectorzekering los).
  5. Maak de sensor los. Als de schroef beschadigd/gebarsten is, ga dan gecontroleerd te werk – zorg er niet voor dat de beugels barsten.
  6. Als de schroef ingekerfd is, bereid dan het gat voor: beveilig de omgeving tegen beschadiging en ga langzaam te werk om schade aan de beugel/carrosserie te voorkomen.
  7. Verwijder de oude sensor en vergelijk deze met het nieuwe stuk (nummers, connector, montage).
  8. Reinig de contactoppervlakken en de connector (of gebruik een contactreiniger en laat deze luchten).
  9. Plaats de sensor in de juiste positie en bevestig hem op de originele manier.
  10. Sluit de connector aan en controleer of de connectorzekering goed klikt.
  11. Plaats de verwijderde afdekkingen/versieringen terug en controleer of er geen beknelde bedrading is.
  12. Sluit de accu aan, zet het contact aan en voer een basiscontrole van de systeemfunctie uit.
    • 4) Controles na de montage en testrit/functieverificatie

      • Controleer of de connector stevig vastzit en of de bedrading niet onder spanning staat.
      • Controleer of er geen duidelijke waarschuwingen met betrekking tot assistentiesystemen verschijnen wanneer het contact wordt aangezet (als dit wel het geval is, ga dan verder met de diagnose).
      • Voer een functieverificatie uit op basis van de mogelijkheden van het voertuig (meestal een test van de hulpfuncties tijdens het rijden in veilige omstandigheden).

      5) De meest voorkomende montagefouten + hoe u ze kunt vermijden

      • Het onderdeel ruilen afhankelijk van het uiterlijk → volg altijd de nummers 9663116280 / 6590W1 en de connector/montage die overeenkomt.
      • Beschadiging van de pinnen in de connector → maak de connector los via de zekering, trek niet aan de kabels.
      • Onvoldoende montage van de sensor → controleer na het vastdraaien of de sensor niet beweegt en op zijn plaats blijft.
      • Het niet met geweld oplossen van de gebarsten schroef → bij voorkeur gecontroleerd boren, zodat de houder niet barst of de omgeving beschadigd raakt.

      Redenen waarom het onderdeel beschadigd is

      • Mechanische schade (impact, trillingen, schade aan de bevestiging inclusief gescheurde/gebarsten schroeven).
      • Vocht en corrosie in de connector (oxidatie van pinnen, overgangsweerstanden, signaaluitval).
      • Schade aan de bedrading rond de sensor (gebroken draden, lekke isolatie, losse connector).
      • Elektronische veroudering en thermische stress die kunnen leiden tot onstabiel functioneren of volledig falen.

Bijkomende informatie

Gewicht 0,4 kg